Nederland kan niet zonder onafhankelijke journalistiek en het vak van journalist zou beschermd moeten worden. Tegelijkertijd is er kritiek en onbegrip. Nederlanders vinden de waakhondfunctie van journalistiek erg belangrijk, maar twijfelen of deze goed wordt vervuld. Ruim eenderde van Nederland denkt bijvoorbeeld dat nieuwsmedia worden gecontroleerd en beïnvloed van buitenaf. Dit blijkt uit onderzoek van Netwerk Mediawijsheid, gepubliceerd bij de start van de campagne DichterBijNieuws. 

Netwerk Mediawijsheid wil met DichterBijNieuws burgers en journalisten dichter bij elkaar brengen om zo uiteindelijk persvrijheid en -veiligheid te bevorderen. Er is onderzoek gedaan naar het kennisniveau en imago onder burgers over de journalistiek onder een representatieve onderzoeksgroep (n = 1500). 

> Download hier het volledige onderzoeksrapport.

Weinig kennis over werking journalistiek

Ondanks dat het overgrote deel van Nederland nieuws via reguliere nieuwsmedia tot zich neemt, kan 82% geen enkel voorbeeld van situaties noemen waarin een journalist invloed had op de samenleving. Als er voorbeelden worden genoemd, zijn het onderwerpen als de toeslagenaffaire, de Panama Papers, en worden er namen genoemd zoals die van Peter R. de Vries en Tim Hofman. Voorbeelden uit de eigen omgeving zijn nog schaarser.

Ook opvallend; 38% weet niet van het bestaan van de journalistieke code af. De code is een bundeling van ethische regels en basisregels waar een journalist op kan terugvallen tijdens zijn werk.

Twee miljoen Nederlanders met weinig vertrouwen in nieuwsmedia

Hoewel het overgrote deel van Nederland al jaren veel vertrouwen heeft in de Nederlandse mediamerken, is er een negatieve trend zichtbaar. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer twee miljoen mensen boven de 16 jaar weinig vertrouwen hebben in de media. Daarnaast geeft 40% van de Nederlanders aan de afgelopen jaren minder vertrouwen in de reguliere nieuwsmedia te hebben gekregen.

Onderliggende redenen voor dit dalende vertrouwen zijn onder andere:

  1. Controle – Ruim eenderde van de Nederlanders denkt dat nieuwsmedia worden gecontroleerd en beïnvloed van buitenaf, door bijvoorbeeld politiek of het bedrijfsleven. Onder Nederlanders met weinig vertrouwen in de nieuwsmedia is dat beeld nog veel sterker: bijna 2 op de 3 mensen in deze groep denkt dat er controle en invloed van buitenaf wordt uitgeoefend.
  2. Onzorgvuldigheid – Ruim een kwart van de bevolking vindt dat er voor meeste nieuwsitems weinig onderzoek wordt gedaan, maar onder Nederlanders met weinig vertrouwen in de nieuwsmedia is dat zelfs ruim de helft.
  3. Herkenning – De personen met weinig vertrouwen geven aan dat ze hun eigen ideeën in de nieuwsmedia niet terug zien en daarnaast herkennen ze zichzelf niet in getoonde personen. Deze groep ervaart daarnaast een veel sterkere negatieve invloed van nieuws op hoe zij zich voelen en keert zich af van nieuwsmedia.

“Het dalend vertrouwen laat zien dat er een groep burgers kritische nieuwsvolgers bestaat. Soms zijn hun bezwaren terecht, soms ontbreekt er kennis over het journalistieke werk. Tijdens eerder georganiseerde burgerdialogen zagen we dat burgers en journalisten elkaar beter begrijpen zodra ze elkaar leren kennen. Daarom willen we ontmoetingen tussen journalisten en burgers stimuleren, zodat de nieuwswijsheid bij Nederlanders toeneemt,” aldus Mimi van Dun, Projectleider DichterBijNieuws.

Nieuwswijsheid als oplossing

Over het belang van onafhankelijke journalistiek bestaat grote overeenstemming onder jong en oud. Daarnaast geven zowel jongeren als volwassenen aan geïnteresseerd te zijn om met een journalist in gesprek te gaan over het nieuws, ruim 1 op de 4 Nederlanders staat hiervoor open. Daarnaast geeft ruim de helft van de Nederlanders aan benieuwd te zijn hoe een journalist te werk gaat bij het maken van een nieuwsbericht.

Risico’s bij laagopgeleiden en jong volwassenen

Jongvolwassenen (16-34 jaar) kijken anders naar journalisten dan ouderen. Zij vinden journalisten minder belangrijk voor de democratie en ook vinden ze het minder belangrijk dat journalisten beschermd hoeven te worden. Daarnaast kennen jongvolwassenen minder voorbeelden van de invloed van journalisten op de samenleving. Het is echter niet zo dat zij niet in journalistiek geïnteresseerd zijn: samen met de 35-49 jarigen zijn zij juist meer geïnteresseerd om met een journalist in gesprek te gaan over het nieuws. Hier ligt een taak voor redacties: open de deuren en laat zien hoe een journalist de waakhondfunctie vervult.

Een groep die kwetsbaar oogt door gebrek aan kennis, erkenning en/of betrokkenheid zijn laag opgeleiden. Ze herkennen hun eigen ideeën minder terug in de media dan hoger opgeleiden, zijn er minder van overtuigd dat je het beste verschillende nieuwsbronnen kunt gebruiken en hebben vaak geen mening over de mate waarin berichtgeving in de reguliere media onafhankelijk is.

“Op waarde schatten waar informatie vandaan komt en weten welke bron je wel en niet kunt vertrouwen is steeds lastiger. In een tijd waarin nieuws van alle kanten tot ons komt en bovendien door de opkomst van AI steeds makkelijker gemanipuleerd wordt, ligt er een belangrijke rol voor het onderwijs en media om burgers nieuwswijzer te maken,” stelt Mariska Kleemans, hoogleraar Youth, News and Education aan de Radboud Universiteit.